Een modern huis herken je zelden aan één ding. Het is eerder een houding: de architect denkt vanuit het gebruik, vanuit het licht en vanuit de verhouding tussen binnen en buiten, en laat de vorm daaruit volgen. Wie door de huizen bladert die Redres de afgelopen jaren verkocht of nu aanbiedt, ziet die houding steeds terug, in heel verschillende gedaanten: een rieten zomerhuis uit 1941, een witte villa op een betonskelet, een split-level uit de jaren zeventig, een Bossche School-huis met lamellenplafonds.
Wat ze gemeen hebben, is dat het huis zelf het verhaal vertelt. Je hoeft geen architectuurhistoricus te zijn om het te voelen: een kamer die doorloopt in de volgende, een raam dat precies daar zit waar je ’s ochtends koffie drinkt, een kast die al bij het ontwerp hoorde. In dit verhaal lopen we langs een paar van die huizen, en kijken we wat het betekent om er te wonen.

Het huis om de patio
Woonhuis Bosschaert in Laren, door Gerrit Rietveld in 1963 ontworpen en in 1967 voltooid, is gebouwd rond een patio die volgens de objectpagina vanuit vrijwel elke kamer zichtbaar is. Dat klinkt als een detail, maar het bepaalt het hele leven in het huis. Wie in de keuken staat, ziet het licht op het water van de patio; wie in de woonkamer zit, kijkt over de binnenhof naar de andere vleugel. Het huis is naar binnen gekeerd en tegelijk open.


Rietveld gebruikte daarvoor eenvoudige middelen: gevels van wit en zwart geglazuurde baksteen, zwarte stalen kozijnen, cederhouten dakranden. In de woonkamer hangt een zwevende haard, naast een boekenkast naar zijn ontwerp. Het zijn geen versieringen, maar onderdelen van de ruimte.
“De vormgeving is helder en evenwichtig: royale glaspartijen, lange zichtlijnen, een centrale patio, en alles gelijkvloers.”
— Redres, objectpagina Lange Wijnen 9, Laren
Meubels die bij het huis horen
Ingebouwd meubilair is een rode draad. In het zomerhuis De Braamakkers aan de Loosdrechtse Plassen horen vaste banken, kasten en tafels bij Rietvelds ontwerp. In Villa ‘Voorbij de wegen’ in Rhoon, in 1950 door Jan J. van der Linden ontworpen voor Ludo Pieters, staan maatkasten en een haardpartij die specifiek voor het huis zijn ontworpen, en is de keuken naar Amerikaans model nog aanwezig. Ook het visgraatparket en de oorspronkelijke plafonnières zijn er nog.


Wie zo’n huis koopt, koopt dus ook een manier van inrichten. Dat vraagt iets: je past je aan het huis aan, niet andersom. Maar het geeft ook veel terug. Een kast die al zeventig jaar op dezelfde plek staat, is geen beperking meer, maar een vast punt.
De plattegrond als avontuur
Sommige huizen zijn vooral een ruimtelijk experiment. Huize Sisu in Nijmegen, in 1975 gebouwd naar ontwerp van Victor Litschka, bestaat volgens de objectpagina uit acht gelijkwaardige vierkanten op acht niveaus, telkens zestig centimeter hoger, rond een zitkuil onder een glazen dak. Een rondgang over vier niveaus overbrugt een hele verdieping. Je woont er niet op een etage, maar in een doorlopende beweging.

In Villa ‘Voorbij de wegen’ is het de vorm van de kamers zelf: een trapeziumvormige woonkamer met een pilaar in het midden, een podium voor de eettafel en een pianohoek, en gangen met schuine wanden. De objectpagina verbindt die afgeronde hoeken, ronde ‘patrijspoorten’ en gebogen deuren met antroposofische uitgangspunten.
Maat en ritme
Aan de andere kant van het spectrum staat het huis aan de Kleine Veer in Empel, van Jan de Jong, de architect wiens werk wordt vereenzelvigd met de Bossche School. Hier is alles maat en verhouding. Houten lamellenplafonds volgen in de hal de looprichting en draaien in de kamer haaks, met de leefrichting mee. Woonkamer, eethoek en keuken zijn alleen door wandaanzetten van elkaar gescheiden. Boven deelt een lange overloop het huis op als een kloostergang.


En dan Villa Uilenstein in Leersum, van Van Tricht & Timmler, het bureau van twee medewerkers van Rietveld. Het betonskelet met een raster van drie bij drie meter blijft in het plafond van de begane grond zichtbaar en geeft de woonkamer van dertien meter diep, zoals de objectpagina schrijft, niet alleen maat maar ook een bijzondere uitstraling.

Wonen met het verhaal
Wat al deze huizen delen, is dat ze om een bewoner vragen die het verhaal wil voortzetten. Dat hoeft geen museale houding te zijn. De Braamakkers is een huis om in te zwemmen en buiten te eten; Villa De Boschkant in Bergen, een villa van de Amsterdamse School uit 1918, werd in 1991 grondig maar respectvol gerestaureerd en is een warm familiehuis gebleven. Het gaat om zorg, niet om stilstand.
Daar gaat hetmodernehuis.nl over: huizen van architecten, met hun verhaal, hun foto’s en hun gegevens, en de mensen die er willen wonen.



