+31 (0) 35 647 08 78 [email protected]redres.nl ›

thema · jaren vijftig

De jaren vijftig: wederopbouw en het vrijstaande huis

Na de oorlog bouwde Nederland in recordtempo wijken, winkelstraten en fabrieken. Daartussen ontstonden vrijstaande huizen die het nieuwe wonen in het klein uitprobeerden: licht, ruimte, en een keuken naar Amerikaans model.

Villa ‘Voorbij de wegen’, Rhoon – de villa in de tuin
De villa in de tuin. Villa ‘Voorbij de wegen’, Rhoon. Foto: Redres

In 1945 lag een deel van Nederland in puin. Hele binnensteden waren verwoest, de infrastructuur was zwaar beschadigd en er was een groot tekort aan woningen. Wat volgde, was de wederopbouw: een periode die loopt tot halverwege de jaren zestig, waarin het land niet alleen steden en fabrieken herbouwde, maar ook de verzorgingsstaat vormgaf. Tussen 1948 en 1958 was Willem Drees minister-president; zijn kabinetten zetten in op grootschalige woningbouw en industrialisatie. Rotterdam, Nijmegen en Arnhem werden herbouwd.

De architectuur van die jaren wordt vaak in één adem genoemd met eenvormige woonwijken en snelle bouwmethoden. Dat beeld klopt voor een deel: kenmerkend voor de periode is het experimenteren met een industriële aanpak van het bouwen. Maar wie beter kijkt, ziet een tijd van grote tegenstellingen, en van een bijzonder rijke oogst.

Traditie tegen vernieuwing

Twee stromingen streden in die jaren om voorrang. Aan de ene kant de Delftse School, een traditionalistische richting rond de Delftse hoogleraar M.J. Granpré Molière, met baksteen, kappen en ambachtelijke details. Aan de andere kant het Nieuwe Bouwen, dat al voor de oorlog gebouwen had opgeleverd als sanatorium Zonnestraal van Jan Duiker in Hilversum en de Van Nellefabriek van Brinkman en Van der Vlugt in Rotterdam: licht, open, functioneel, met staal, beton en glas.

Dat de twee kampen elkaar scherp in het oog hielden, blijkt al uit de naam. ‘Delftse School’ werd geïntroduceerd door J.J.P. Oud, architect van De Stijl en een van de voormannen van het moderne bouwen. Wie in de jaren vijftig een huis liet ontwerpen, koos daarmee ook een kant: voor de vertrouwde kap of voor het platte dak.

In de wederopbouw kreeg die moderne lijn de wind in de zeilen. In Rotterdam verrees het Groothandelsgebouw van Willem van Tijen en Hugh Maaskant, tussen 1949 en 1953 gebouwd aan het Stationsplein. Van den Broek en Bakema ontwierpen de Lijnbaan, een winkelstraat voor voetgangers. En de Hongaars-Amerikaanse architect Marcel Breuer tekende samen met A. Elzas het nieuwe gebouw van De Bijenkorf. Het waren gebaren van vertrouwen: een stad die opnieuw begon, en die dat in glas en beton liet zien.

Voormalig raadhuis Schoondijke, Schoondijke – het raadhuis aan het Dorpsplein
Het raadhuis aan het Dorpsplein. Voormalig raadhuis Schoondijke, Schoondijke. Foto: Redres

Een raadhuis van beton

De snelheid van dat herstel is achteraf opmerkelijk. In 1947 bereikte de industriële productie weer het peil van 1938, en in 1948 was de laatste oorlogsschade aan gebouwen en infrastructuur hersteld. Voor Rotterdam werd een Basisplan voor de wederopbouw gemaakt en uitgevoerd. Tegelijk bleef de woningnood groot, en dus werd er geëxperimenteerd: met systeembouw, met nieuwe materialen, met nieuwe wijken. De wijk Kleinpolder in Rotterdam-Overschie was een van de eerste waar de industriële aanpak op grote schaal werd toegepast.

Het Groothandelsgebouw laat zien waar de inspiratie vandaan kwam. Maaskant maakte een studiereis naar Chicago, en het gebouw aan het Stationsplein is door Amerikaanse architectuur geïnspireerd. Amerika stond in die jaren voor vooruitgang, ook in het wonen, en dat zou je terugzien tot in de keukens van de nieuwe huizen.

Ook buiten de grote steden werd gebouwd. In Schoondijke, in Zeeuws-Vlaanderen, kwam in 1953 een nieuw raadhuis, ontworpen door de Delftse architect S.J. van Embden. Het gebouw is opgetrokken uit gewapend beton, met betonnen raamkozijnen, eigen verlichtingselementen en een klok op de schoorsteen. Een statige trap, een betonnen wenteltrap en een met de hand op te winden uurwerk horen erbij.

In 2000 werd het raadhuis verbouwd tot woonhuis, volgens de objectpagina in overleg met de opvolgers van Van Embden. Het is een mooi voorbeeld van hoe een wederopbouwgebouw een tweede leven kan krijgen zonder zijn karakter te verliezen: de kluis bleef, het balkon met de vlaggenmast bleef, en de betonnen details bepalen nog altijd het beeld.

Voormalig raadhuis Schoondijke, Schoondijke – woonkamer met betonnen raampartijen
Woonkamer met betonnen raampartijen. Voormalig raadhuis Schoondijke, Schoondijke. Foto: Redres
Voormalig raadhuis Schoondijke, Schoondijke – statige trap
Statige trap. Voormalig raadhuis Schoondijke, Schoondijke. Foto: Redres

Het waren gebaren van vertrouwen: een land dat opnieuw begon, en dat in glas en beton liet zien.

Het vrijstaande huis als proefveld

Terwijl de overheid wijken bouwde, ontstonden er ook vrijstaande huizen voor particuliere opdrachtgevers. Daar konden architecten uitproberen wat in de massawoningbouw niet kon. In 1950 liet de Rotterdamse havenbaron en kunstbestuurder Ludo Pieters achter het kasteel van Rhoon een villa bouwen naar ontwerp van Jan J. van der Linden. Hij noemde het huis ‘Voorbij de wegen’, naar een gedicht van Adriaan Roland Holst.

Het huis is allesbehalve een standaardvilla. Afgeronde hoeken, ronde ‘patrijspoorten’, gebogen deuren en schuine wanden verraden antroposofische uitgangspunten. De woonkamer is trapeziumvormig, met een pilaar in het midden, een podium voor de eettafel en een pianohoek. De keuken is naar Amerikaans model, en visgraatparket, maatkasten en zelfs de oorspronkelijke plafonnières zijn bewaard. Gerard Reve logeerde er vaak en schreef in de studeerkamer van zijn beschermer.

Villa ‘Voorbij de wegen’, Rhoon – keuken naar Amerikaans model
Keuken naar Amerikaans model. Villa ‘Voorbij de wegen’, Rhoon. Foto: Redres
Villa ‘Voorbij de wegen’, Rhoon – gang met patrijspoort
Gang met patrijspoort. Villa ‘Voorbij de wegen’, Rhoon. Foto: Redres

Wat opvalt, is hoe modern het dagelijks leven in zo’n huis al was. De keuken naar Amerikaans model is een teken des tijds: efficiënt, licht, met alles binnen handbereik. Ingebouwde kasten maken losse meubels overbodig. En de tuin, ontworpen door Ernée van der Linden ’t Hooft, loopt via een brug over de sloot naar de voordeur.

Van villa naar bungalow

Aan het eind van de jaren vijftig verschoof het vrijstaande moderne huis steeds meer naar één laag. In 1960 ontwierp Jan Rietveld, lid van architectengroep De 8, een gelijkvloerse bungalow in Drachten, met in elkaar geschoven volumes, veel glas en stalen kozijnen. In 1962 bouwde Herman Haan, die al tijdens zijn opleiding met het Nieuwe Bouwen in aanraking kwam, twee woningen op Landgoed Schouwse Hoeve bij Renesse. De villa’s werden lager, opener, en meer op de tuin gericht.

Rietveld-bungalow Folgeralaan 13, Drachten – gevel aan het grindplein
Gevel aan het grindplein. Rietveld-bungalow Folgeralaan 13, Drachten. Foto: Redres

Erfgoed van de wederopbouw

Lang werd de architectuur van na de oorlog nauwelijks als erfgoed gezien. Dat is veranderd. In 2007 werden honderd bouwwerken uit de periode 1940–1958 voorgedragen voor erkenning als rijksmonument; de meeste daarvan zijn ook daadwerkelijk erkend. In 2013 volgde een voordracht van negentig werken uit de late wederopbouw, 1959–1965.

Voor de vrijstaande huizen uit die tijd geldt die erkenning nog lang niet altijd. Veel staan er nog, met hun originele keukens, hun ingebouwde kasten en hun tuinen. Sommige zijn gemeentelijk monument, de meeste niet. Ze vragen om eigenaren die zien wat ze hebben: een huis uit een tijd waarin Nederland opnieuw leerde wonen.

De huizen in dit verhaal

alle huizen

een initiatief van redres.

Een modern huis verkopen, of zoekt u er een?

hetmodernehuis.nl wordt uitgegeven door Redres de Bouwkunstmakelaar, makelaar in erfgoed, architectuur en bijzonder vastgoed, landelijk actief vanuit Hilversum.

zoekprofiel aanmakenverkopen met redres