
Leven
Le Corbusier werd op 6 oktober 1887 geboren als Charles-Édouard Jeanneret-Gris, in het Zwitserse La Chaux-de-Fonds, en overleed op 27 augustus 1965 in Roquebrune-Cap-Martin. De Frans-Zwitserse architect en stedenbouwkundige ontwikkelde samen met de schilder Amédée Ozenfant eerst het purisme, een kunsttheorie die zij in 1918 publiceerden in ‘Après le Cubisme’. Daarna volgden de boeken die zijn naam als denker vestigden: ‘Vers une Architecture’ (1923), ‘Urbanisme’ (1925) en ‘L’Art Décoratif d’Aujourd’hui’ (1925). Zijn werk oogstte veel lof en veel kritiek; hij wordt soms ‘de architect van de 20e eeuw’ genoemd, en even vaak verantwoordelijk gehouden voor de zielloosheid van de moderne stedenbouw.
Werk
In 1926 bracht hij zijn ideeën terug tot een handzame formule: de vijf punten van een nieuwe architectuur. Het gebouw staat op zuilen, de pilotis, los van de grond. Het platte dak wordt een daktuin. Dankzij het skelet is de plattegrond op elke verdieping vrij in te delen, en de gevel hoeft niets meer te dragen, zodat er een lang horizontaal raam in kan. In Maison Cook in Parijs (1926) en vooral in Villa Savoye in Poissy (1929) bracht hij dat in praktijk: een witte doos op slanke kolommen. Na de oorlog begon hij in 1946 aan de Unité d’Habitation in Marseille, een groot woongebouw.

Betekenis voor het moderne woonhuis
Voor het moderne woonhuis is Le Corbusier een van de grote leveranciers van ideeën. Het platte dak als buitenkamer, de vrije plattegrond, de gevel die van vloer tot plafond van glas kan zijn: wie door de villa’s en bungalows van na de oorlog loopt, ziet zijn vijf punten steeds terug, ook bij architecten die zich nooit zijn leerling noemden. Villa Savoye werd het beeld van de witte villa op poten, en dat beeld reisde de wereld over.
Bij Redres
De objectpagina van Villa Uilenstein in Leersum (Van Tricht & Timmler, 1972) legt de vergelijking met Le Corbusier: een witte, optisch zwevende doos op een betonskelet.


