
Leven
Gerrit Rietveld (1888–1964) leerde het vak van meubelmaker in de werkplaats van zijn vader in Utrecht, waar hij na de lagere school aan de slag ging. In 1917 opende hij zijn eigen meubelmakerij. Via zijn leermeester Klaarhamer maakte hij kennis met het werk van Berlage en Frank Lloyd Wright. In 1924 leerde hij Truus Schröder-Schräder kennen, binnenhuisarchitecte, die hem vroeg een huis voor haar gezin te bouwen; met haar ontwikkelde zich een levenslange samenwerking. Van 1924 tot 1933 was zijn bureau in het Rietveld Schröderhuis gevestigd.
Werk
Rond 1918 begon Rietveld met experimentele meubels, waaronder de voorloper van de Rood-blauwe stoel; omstreeks 1923 voorzag hij zijn meubels voor het eerst van de primaire kleuren die bij De Stijl horen. Het Rietveld Schröderhuis in Utrecht (1924) werd zijn bekendste werk en staat op de Werelderfgoedlijst. Daarna groeide hij uit tot een pionier van het Nieuwe Bouwen, en ontwierp hij naast bekende openbare gebouwen een reeks woonhuizen voor particuliere opdrachtgevers.

Het Rietveld Schröderhuis in Utrecht (1924) staat op de Werelderfgoedlijst; van 1924 tot 1933 was Rietvelds bureau in het huis gevestigd.
Betekenis voor het moderne woonhuis
Die woonhuizen maken Rietveld tot een sleutelfiguur voor deze site. Het zomerhuis De Braamakkers aan de Loosdrechtse Plassen (1940–1941), met zijn gebogen haard en vaste banken, en Woonhuis Bosschaert in Laren, dat hij in 1963 ontwierp rond een patio en dat in 1967 trouw aan zijn ontwerp werd voltooid, laten twee kanten van hetzelfde denken zien: wonen in ruimte en licht, met zo min mogelijk middelen. Redres verkoopt De Braamakkers en verkocht het huis in Laren; zijn bureau werd volgens de objectpagina van Villa Uilenstein voortgezet door Van Tricht & Timmler.



