
Leven
Arne Jacobsen werd op 11 februari 1902 in Kopenhagen geboren en overleed daar op 24 maart 1971. Na zijn architectuurstudie in Kopenhagen trad hij in 1927 in dienst van het bureau van Paul Holsøe; in 1930 richtte hij zijn eigen bureau op. Later was hij hoogleraar architectuur aan de Koninklijke Deense Kunstacademie.
Werk
In 1934 bouwde hij het woongebouw Bellavista, van beton, staal en glas, met gladde gevels en open plattegronden. Ondanks de weerstand tegen zijn avant-gardistische stijl volgden opdrachten in het hart van Kopenhagen. Zijn bekendste gebouwen zijn het SAS Hotel in Kopenhagen en St Catherine’s College in Oxford. Jacobsen ontwierp het liefst alles tot in het kleinste detail: ook kranen, bestek en meubels. Zijn eetkamerstoelen de Mier en de Zwaan en de fauteuil het Ei werden wereldberoemd, met hun elegante, eenvoudige vorm.

Betekenis voor het moderne woonhuis
Jacobsen staat voor het Scandinavische moderne interieur dat in de jaren vijftig en zestig ook in Nederland zijn weg vond: licht, verfijnd, ontworpen als één geheel van gebouw tot lepel. Wie in een huis uit die tijd een open woonkamer met een Ei-fauteuil bij het raam ziet, ziet precies waar hij voor stond: het idee dat architectuur niet ophoudt bij de buitenmuur. Hoe hij zelf wilde wonen, laten de rijtjeshuizen van Søholm in Klampenborg zien (Søholm I, 1946–1950): hij trok in een van die huizen en woonde er tot zijn dood. Een moderne gezinswoning in een rij, door de architect zelf bewoond, met dezelfde zorg ontworpen als een raadhuis of een hotel. Ook het raadhuis van Rødovre (1952–1956) laat die zorg zien, in zandsteen, twee soorten glas en geverfd metaal.

